• Nederlandse versie
foto

Klinkende namen:
Prins, Den Tex en De Munnik

Het kunnen de namen zijn op de koperen plaquette van een advocatenkantoor. Of van voetballers die zijn geschorst. Vishandelaren uit Scheveningen. Klinkende namen. Multitalent Kees Prins is vooral bekend van Jiskefet. Singer/songwriter JP den Tex komt al decennia met de ene show na de andere cd met eigen werk. De eveneens zeer muzikale Paul de Munnik is die knappe man aan de piano naast Thomas Acda. Bij elkaar bijna een eeuw ervaring in muziek, cabaret en ander vermaak. Maar samen traden ze nog nooit op. En dan komen ze nu met de tour de chant getiteld Op weg naar huis.
Zingend langs de Nederlandse theaters. In het repetitielokaal (waar tegen de muur drie barkrukken staan) praten ze over hun samenwerking. Wat kunnen we verwachten van het programma Op weg naar huis? In ieder geval ‘een strakke show met ingebakken speelsheid’.

JP: ‘Kees en ik zaten een paar jaar geleden aan de keukentafel bij mij thuis en ik vroeg hem wat hij wilde doen na Jiskefet. We hadden het erover dat het leuk zou zijn een programma te maken met liedjes, met nieuwe songs. Kees is een geweldige zanger en ik wilde eens iets anders dan wat ik al zolang deed, Engelstalige pop. Ik trad in die tijd ook af en toe op met Paul, huiskameroptredens voor een paar mensen. Dus ik liet het vallen bij Kees: zullen we met Paul wat gaan doen. Ja, te gek, zei Kees. We besloten meteen aan de slag te gaan.’
Kees: ‘Wat mij vooral aantrok was het idee van die drie namen op een affiche. Dat je denkt: wat hebben die nou weer met elkaar te maken? Dat we elkaar weten te vinden in het idee van Nederlandstalige liedjes en samenzang, vind ik spannend. En dat we proberen het muzikaal ook samen interessant te maken. Want we hebben geen band.’

Kees was bevrijd van Jiskefet en Paul was bevrijd van Thomas Acda…?

Paul: ‘Nou, ik ben nog niet van hem af, hoor. We zouden dit jaar weer gaan spelen, maar toen dit plan langs kwam stelde ik Thomas voor dit seizoen over te slaan, zodat hij zich ook op andere dingen kon concentreren. Ik vond het meteen een goed idee om met Kees te gaan werken. Kees was een leraar van mij op de kleinkunstacademie. Maar ik had nog nooit met hem gezongen. Wel met JP.’
Kees: ‘Michiel Romeijn, Herman Koch en ik waren zeer verschillende persoonlijkheden. Maar we vonden elkaar in ons gevoel voor humor. Wij drieën zijn ook totaal verschillend. Wij vinden elkaar in de muziek. Dat is ons gemeenschappelijke gebied. Dan mag je van elkaar verschillen verder, maar je moet wel aan elkaar gewaagd zijn.
JP: ‘Je moet de verschillen de verschillen laten.’

Jullie wisten eigenlijk niet eens of jullie samen wel goed zouden klinken.
Kees: ‘We wisten het niet, maar we hadden wel een heel sterk vermoeden.’
Paul: ‘Je hebt wel gauw door of je goed kan samenwerken met iemand. Wij hebben dezelfde smaak van muziek. Maar om samen goed te klinken moet je hard werken. Met Thomas heeft het ook jaren geduurd voordat we zo goed klonken, voordat die manier van zingen ons handelsmerk werd.’
JP: ‘Paul en Kees hebben allebei een natuurlijke rijkdom in hun stem. Mijn stem is met de jaren gegroeid, ik heb een meer gebarsten stem dan zij.’

Moeten we denken aan Crosby, Stills and Nash of is het meer Bolland en Bolland en Bolland?

Paul: ‘Boland en Bolland en Bolland! Nee. Het is meer dan dat. ’
JP: ‘Crosby, Stills and Nash. Die tijd. Dat klopt wel. Die sfeer heeft het.’
Kees: ‘Maar die barkrukken zijn niet van ons! Het wordt geen cabaret, hoor.’
JP: ‘Het is nooit goed je te vergelijken met grootheden, maar er zijn wel overeenkomsten. David Crosby en Graham Nash hebben ontzettend goeie stemmen, Stephen Stills heeft een heel eigen, karakteristiek geluid. Het zijn alledrie sterke personages en als componisten en tekstschrijvers hadden ze hun eigen inbreng. Dat is bij ons ook. Je gooit mensen bij elkaar die wel klikken, maar die ook andere ideeën hebben. Maar omdat ze bereid zijn samen te werken, krijgt het energie.’

Tour de chant is zo’n bedaagde naam.
JP: ‘Het is niet een leuk Liesbeth List-achtig programma, waarin we elkaar zacht toezingen. Jacques Brel had ook een tour de chant.’
Paul: ‘Het was lastig om een geschikte term voor dit soort van programma te vinden. Het gaat eigenlijk om de liedjes. Heel veel liedjes, met daar tussen door een verhaal, verteld door drie mannen. Het is geen muziektheater. Maar het is ook geen bandje, dat aftikt en begint. Wat is het dan?’
JP: ‘In Amerika, in de tijd van Woody Guthrie en Pete Seeger heette het een ‘hootenanny’.
Kees: ‘Hoe?’
JP: ‘Hootenanny. Komt uit de folkscene. Men kwam bij elkaar bij iemand thuis en speelde samen de bekende liedjes. Daaruit volgde vaak dat ze met elkaar een tijdje op tournee gingen. Dat fenomeen is uitgegroeid tot een soort tour de chant. Het is ook het sfeertje waarin wij werken, alleen het is in Europa niet bekend.’

Wat voor liedjes zijn het?

Paul: ‘Eigen, nieuwe liedjes. En een aantal vertaalde liedjes en bewerkingen.’
Kees: ‘We hebben een Neil Young-suite.’
JP: ‘Neil Young is een van de grootste poëten van de laatste veertig jaar, je moet eens luisteren naar die teksten. Vandaar de Neil Young suite met vertalingen. Paul heeft ook een nummer van Frank Zappa bewerkt, heel mooi.’
Paul: ‘I ain’t got no heart heet het. Daar heb ik Ik heb geen hart van gemaakt, het is een bluesrock-achtige versie geworden. Droom het maar is een vertaling van Tom Waits, Dream away, echt een ballad.’
JP: ‘Kees zingt Toch nog steeds geen onsje spijt, ook van Tom Waits, Better off without a wife.
Paul: ‘Wat we proberen is wat wij mooi vinden aan die liedjes over te brengen in het Nederlands. De sfeer van Tom Waits is prachtig, maar je moet er wat mee doen.’
JP: ‘Je moet het niet alleen vertalen, je moet het hèrtalen. De teksten van Neil Young hebben we wel vrij letterlijk vertaald, omdat hij zulke gekke dingen zegt. Kees speelt ook een vertaald lied van de groep America.’
Kees: ‘Een Lied zonder Paard.’

De titel is Op weg naar huis. Klinkt donker-romantisch.
JP: ‘Paul heeft een schitterend liedje geschreven met dat thema, naar huis gaan. Het is dat dubbele gevoel. Iedereen wil thuis komen, maar je moet ook altijd blijven zoeken. Het betere is de vijand van het goede. Het is ook het onderwerp van de rock-’n-roll: altijd doorgaan, altijd zoeken naar beter. Die on the road romantiek vertalen we uit de grote Amerikaanse traditie naar de intieme Nederlandse. Dat vinden wij heel spannend.’
Kees: ‘Je deelt met een publiek je gevoel over dingen die je tegenkomt in het leven. Wij staan daar eerlijk en open op het podium en het publiek herkent waar we het over hebben. Volgens mij is het niet meer dan dat. Het is voor mij ook de lust van het schrijven, het zingen en het musiceren.’
Paul: ‘We zijn natuurlijk niet voor niets op dat thema gekomen. Er zit een tegenstelling in. Wij zitten in een bepaalde fase van ons leven en onze carrière. Dit geeft mij de mogelijkheid mij ergens anders in te verdiepen. Waarom kan ik niet gewoon een half jaar thuis zitten en tevreden zijn met wat ik bereikt heb? Ik moet verder.’

Een liedjesprogramma met diepgang?
Kees: “‘Goedenavond dames en heren. Leuk dat u er bent.’”
Paul: “‘We gaan vanavond een aantal liedjes voor u spelen. Kees, ga je gang.’”
Kees: ‘Het is een strak uitgedacht programma. Maar het is geen toneelstuk. Elke avond zal anders zijn.’
Paul: ‘Wij komen niet weg met alleen maar liedjes. Voorheen wel met Acda en De Munnik. Dan speelden we een paar nieuwe en wat oude liedjes, dat was genoeg voor een leuke avond.’
Kees: ‘We moeten alle drie de volle 33 1/3 procent geven, anders halen we de 100 nooit. We kunnen niet terugvallen op een drummer of een bassist, want die hebben we niet. We moeten alles zelf doen, de hele avond lang.’

JP: ‘Leuk is niet een optie. Je moet met een goed gevoel de zaal uitkomen.’