• Nederlandse versie
foto

 
Foto Sander de Goede

Eeuwige vagebond JP den Tex de theaters in

Het gaat om de vrijheid

Door Peter Bruyn

Jan-Piet den Tex heet hij officieel. Maar wie hem kent, kent hem als JP. Songschrijver, al veertig jaar lang. Troubadour van het meest romantische soort, een man die zich niet door commerciële verlokkingen van zijn pad laat brengen.

Half september verscheen zijn album “American Tune” dat samen met “Bad French” uit 2007 een tweeluik vormt. Een in liedjes vervatte reisroman. Een roadmovie over de emotionele en filosofische confrontaties die een Europeaan in Amerika ondergaat. “Ik ging naar Amerika om te onderzoeken wat die “American Dream” nou eigenlijk was”, zegt JP den Tex. “Maar uiteindelijk bleek dat ik vooral op zoek was naar mijn eigen droom. Dat was eind jaren negentig. Mijn carrière zat een beetje in het slop. Noem het maar een soort van post-midlife- crisis. Ik zou in de States wat artikelen gaan schrijven, ik trad er wat op - maar had uiteindelijk toch het gevoel dat die hele reis een beetje een mislukking was geworden. Tijdens mijn laatste maanden in San Francisco wandelde ik veel door de stad en op een gegeven moment sloeg dat gevoel van mislukking om. Ik voelde mij helemaal thuis! Dat sentimentele Amerika-gevoel dat je ook terug vindt in de boeken van Jack Kerouac. Een heerlijk gevoel, ook al relativeer je het terug in Nederland wel weer een beetje”.
Een singer-songwriter, maar in tegenstelling tot veel collega’s nadrukkelijk geen typische Americana-muzikant. Daarvoor is met name het gevoel achter de liedjes veel te Europees. Hij is zonder meer een ‘lone wolf’. Eenzaamheid is bij JP echter nooit de sentimentele eenzaamheid uit de Amerikaanse muziek en literatuur, maar eerder de Europese en met name Franse existentiële eenzaamheid. De eenzaamheid die de katalysator vormt voor engagement en actie. Den Tex wisselt bij zijn teksten dan ook regelmatig tussen het Engels en het Frans, soms zelfs binnen een nummer. “Dat heeft niets te maken met een poging om de Franse markt te veroveren”zegt JP. “Zo werken dat soort dingen niet… Ik doe het gewoon als Europeaan die de Europese peiler van zijn muziek wil benadrukken. Het eclectische van onze Europese cultuur. Het maakt mijn songs ook heel Nederlands, vind ik”.
In 1968 begon hij samen met zijn broer Emile en The Lau – die later door zou breken met The Scene - de band Turqoise. Daarna volgden andere rockbands, met name Tortilla (1971), die vaak uitstekende kritieken kregen maar nooit het succes brachten waar van tevoren op gehoopt was. Vanaf 1980 treedt hj onder zijn eigen naam op, altijd voor een bescheiden maar trouw publiek. Een fijnproevers artiest. Maar tegelijk zo trouw aan zichzelf dat er in 2005 zelfs een lange documentaire aan gewijd wordt: “Emotional Nomads”.
JP den Tex heeft zichzelf regelmatig met nadruk singer-songwriter genoemd, en geen entertainer. “Ik merk echter wel dat ik (ondanks mijzelf) steeds beter ga entertainen. Dat heeft ongetwijfeld een flinke impuls gegeven voor de succesvolle theater tour “Op Weg Naar Huis”die hij samen met Kees Prins en Paul de Munnik in 2007 ondernam. Den Tex was eigenlijk de grote onbekende in dat gezelschap. “Ik had altijd het gevoel dat theater niet paste bij rock muziek zoals ik die maak. Maar Paul en Kees benaderden mij met een voorstel dat in mijn ogen heel integer was. Tijdens die tournee ben ik mij gaan realiseren dat theater toch wel een mooi medium is. Dat ik daar werkelijk mijn verhaal kan vertellen”.
In de wereld van JP den Tex zijn alle mensen in meer of mindere mate dolende zielen. Maar sommigen dolen anders dan anderen… De vagebond bijvoorbeeld die in verschillende songs op zijn nieuwe album ten tonele verschijnt en die het dolen relatief goed af lijkt te gaan. “De vagebond doolt, maar is daardoor nog niet verloren. In tegendeel, hij voelt zich een luis in de pels van de wereld en geniet daarvan... Hij ervaart door het dolen juist zijn vrijheid!”