• Nederlandse versie
foto

Interview JP Den Tex

vervolg

‘Pijnlijk persoonlijk’ worden zijn liedjes wel genoemd. En JP is zelf de eerste om dat te beamen. ,,Als ik een naam van een geliefde noem in een song, dan gaat het liedje ook over een geliefde die zo heet. De mensen zeggen soms: Je laat niets aan de verbeelding van de luisteraar over en dat is toch juist een kenmerk van ‘kunst’. Nou, dan hoeft het geen ‘kunst’ te zijn van mij. Zolang ik liedjes schrijf moet ieder woord over mij, over mijn leven, gaan. Zo rond mijn achtentwintigste heb ik een tijdje in een diepe depressie gezeten. Maanden alleen maar op bed gelegen. Het eerste liedje dat ik daarna schreef was heel eerlijk. En dat voelde goed. Dat hielp. En ik besloot dat ik dat wilde blijven doen. Een liedje kan goed zijn of slecht, maar het belangrijkste voor mijzelf is dat ze eerlijk zijn.’’

Vijftiger Jan-Piet Den Tex begon zijn muzikale looppbaan eind jaren zestig bij de Noordhollandse groep Turquoise, samen met zijn broer Emile en de toen nog piepjonge Thé Lau. Daarna volgden Tortilla en Electric Tear; stevige gitaarbands die goede kritieken kregen maar commercieel nooit boven de subtop uitstaken. In de jaren tachtig ging JP onder zijn eigen naam platen maken, die hetzelfde lot beschoren waren. ,,Eind jaren tachtig ben ik een tijdje met muziek maken gestopt en op een kantoor gaan werken. Ik was het echt even helemaal beu. En de muziek viel ook werkelijk als een last van mij af.’’
Maar het bloed kroop, etcetera. In 1993 was daar opeens het album ‘After Hours’ dat hij met de groep Les Gueux maakt en goed ontvangen werd. En sindsdien is het eigenlijk steeds beter gegaan. ,,Ik ga nu met een begeleidingsband touren, maar daar hou je financieel weinig aan over. Solo-optreden, zoals ik meestal doe, is lucratiever. Ach, als je dit wilt volhouden, dan is het toch gewoon een kwestie van een beetje zuinig leven. De ene keer heb je een topjaar en het volgende is het weer minder. Als ik drie maanden thuis zit om repertoire voor een nieuwe plaat te componeren moet ik toch eten. En dat is nodig, want in de tourbus kan ik geen liedjes schrijven.’’
,,Ik heb nooit echte hits gehad, maar weldegelijk een aantal commerciële successen gekend. Het nummer ‘Quiet Street in Paris’ is in de jaren tachtig heel veel op de Franse radio gedraaid. Dan kreeg ik via de Buma soms bedragen op mijn rekening waar ik een paar maanden van kon leven. Hetzelfde gold voor het nummer ‘Maddalena’, vooral omdat daar een clip bij zat waar die jongens van Jiskefet aan meewerkten. Héél veel mensen kennen dat liedje. En volgend seizoen ga ik ook een theatertour doen met Paul de Munnik en Kees Prins.’’

Zijn broer Emile voelde minder voor het ‘vrije jongens’ bestaan als reizend popmusicus en koos voor de zekerheid van het studiowerk. ,,Ik heb die vastigheid nooit geambieerd,’’ zegt JP. ,,Dat is het verschil tussen ons. Voor hem waren een eigen huis en een goede auto belangrijk, voor mij de romantische levensstijl van de muziek.’’

ga terug